Home Agenda Proefnotities Fotoboek Zoeken Contact  

Dag bezoeker, klik hier om in te loggen. Klik hier om lid te worden.

Rijpingsmetingen voor de Luxemburgse wijnrassen begin sept. - het Oechslegetal

Gepost op 07/09/2016 om 21:49 door Carl in de rubriek algemeen.

Na een kwakkelstart van de zomer 2016, waarbij veel rgenvlagen vielen, moest men tot 10 maal spuiten in Luxemburg. Ik zag de toestand van de druiven half juli, die een rampzalige kleine grootte en minder productie vertoonden. Een grote cooperatie melde mij dat het oogstjaar een ramp zou worden. Het moest zomeren en kijk, nu heden zijn schitterende zonnedagen al meer dan 4 weken aan een stuk. Voor een goede oogst rekent men op 100 dagen zonnegeluk.


De oogsttijd

Om de oogsttijd te bepalen bestaan er verschillende factoren. Zo is dit in de Champagne regio wettelijk bepaald, zodat geen enkel huis een voordeel geniet. In andere regio's in Frankrijk zijn er ander quota voor handen. Normaal gezien gaat men per regio met elkaar overleggen, met de rijpingsgraad van de druiven. Hierbij gebruikt men een recfactometer, die een bijzonder overzicht van de toestand weergeeft. Het oeshlegetal = toestand suikers/zuren en hiermee kan men verder berekenen voor de alcoholgehalte. Ook in Luxemburg, gaat een Staatsbedrijf de toestand berekenen. In Portugal is dit eveneens belangrijk, want noordelijke gebieden geraken nooit aan een goed getal, zodat alcohol later moet toegevoegd worden. Dit is werkelijk hoogst uitzonderlijk door Europa toegestaan.

Luxemburg

De eerste rijpheidsmetingen (begin sept' 16) vallen in de bus. Dit is de stand in de wijngaarden van het Luxemburgse Institut Viti-Vinicole in Remich. Dat is altijd een goede indicator voor de stand van zaken in Zuid-Limburg en Belgische wijngaarden. Gemiddelde ontwikkeling, paar dagen later dan vorig jaar. Bij een normale september zal de Auxerrois begin oktober naar binnen gaan. De heel vroege jaren die we in het vorig decennium wel hadden lijken toch echt voorbij.


Het oechslegetal



Refractometer

Men kan met verschillende toestellen de rijpingsgraad meten. Het meten met een refractometer is veel nauwkeuriger. Met een Oechsleweger bepaal je de soortelijke massa en daaruit wordt getracht, na correctie van de temperatuur en de zuren, het suikergehalte af te leiden.

Een refractometer meet het verschil in brekingsindex (de mate waarin licht wordt afgebogen) tussen water (de nulwaarde) en het druivensap. De brekingsindex en het suikergehalte hebben een rechtstreeks verband met elkaar. De refractometer meet dus indirect, maar wel zonder tussenberekeningen, het suikergehalte.

De meest gangbare refractometers meten in graden Oechsle (in West-Europa) of in graden Brix (in de rest van de wereld, Duitstalige uitleg hier). De werkwijze:

1.Pluk enkele druiven uit trossen op verschillende plaatsen in de rij
2.Pers de druiven en meng het sap
3.Breng enkele druppels van het sap op het prisma van de refractometer zodanig dat: 1.het volledige oppervlak is bedekt,
2.geen luchtbelletjes zichtbaar zijn,

4.lees de Oechsle waarde (of het verwachte alcoholgehalte, of de Brixwaarde) af op de meetschaal in het venster.
IJk de Oechsle-refractometer bij een temperatuur van 20oC met behulp van gedemineraliseerd water. Een Brix-refractometer is doorgaans al gecalibreerd en behoeft geen correctie.
2 Meten in de wijngaard

wordt meestal een refractometer gebruikt, waarop het suikergehalte van de aangebrachte vloeistof is af te lezen. De aflezing vindt bij ons doorgaans plaats in oOechsle: het getal boven de 1000 dat iets zegt over de soortelijke massa van de vloeistof (vroeger sprak men van soortelijk gewicht). Een voorbeeld: Een Oechsle van 80 geeft aan, dat de vloeistof een soortelijke massa heeft van 1080. Water heeft bij 20oC een soortelijke massa van 1000 en dus een Oechsle van 0.
In een refractometer wordt licht afgebogen als dat door een vloeistof met suiker gaat. De mate waarin dat gebeurt, is afhankelijk van de suikerconcentratie. Deze afbuiging wordt in de refractometer zichtbaar gemaakt met een maatverdeling. Eigenlijk spelen alle vaste stoffen bij de afbuiging een rol, dus ook zuren en extractstoffen. Dus feitelijk word niet alleen het suikergehalte weergegeven. Omdat de meting bovendien afhankelijk is van de temperatuur waarbij gemeten wordt, is het resultaat altijd een benadering van de werkelijkheid. Gelukkig hebben veel refractometers tegenwoordig een temperatuurcorrectie. En men mag ervan uitgaan dat het suikergehalte in de wijngaard veel sterker meetelt dan de andere stoffen. Dus in dit stadium is het gemeten Oechslegehalte een redelijke maat voor het feitelijke suikergehalte.

Behalve met een refractometer kan men de soortlijke massa ook bepalen met een densimeter: Een dobber met schaalverdeling die dieper in de vloeistof zakt, naarmate deze vloeistof lichter is en dus minder suiker bevat. In zo'n geval moet het sap eerst licht gefilterd worden, omdat verontreinigingen (schilresten) de meting be:invloeden.

Behalve in Oechsle wordt het suikergehalte ook wel gemeten in Baumé of in Brix (in delen van Europa en bijna overal daarbuiten).

Waarschuwing: Voor het meten van de rijpheid van de druiven is het suikergehalte minder belangrijk dan de rijpheid van schillen en pitten.

3 Meten van pulp of most

Suiker meten met een densimeter is vaak lastig omdat er altijd wel verontreinigingen (schilresten en andere zwevende deeltjes) in de vloeistof zitten, die het resultaat beïnvloeden. Eerst licht filteren is in ieder geval nodig. Naarmate de gisting vordert, wordt het meetresultaat steeds minder betrouwbaar. Immers: Het zuurgehalte daalt tijdens de gisting, en het alcoholgehalte stijgt. Alcohol weegt minder dan water en dat maakt de soortelijke massa lager. Wijn weegt minder dan water.
Dat wil overigens niet zeggen, dat suikermetingen niet zinvol zijn tijdens de gisting. Men kan daarmee in ieder geval waarnemen, wanneer er nog suiker wordt omgezet, en wanneer dat ophoudt.

4 Meten van wijn

Hier is een suikermeting door de amateur wijnmaker eigenlijk al niet meer te doen. Je moet dan minimaal eerst het zuurgehalte bepalen, weten om welke zuren het gaat, en dan uitrekenen hoe hoog de soortelijke massa dan uitkomt. Alleen in een gespecialiseerd laboratorium kunnen de juiste waarden worden vastgesteld.

5 Uitrekenen hoeveel alcohol zal ontstaan: over densimetertabellen en hun onnauwkeurigheid


Het te verwachten alcoholgehalte voorspellen bij een gemeten suikergehalte is alleen bij benadering mogelijk. Theoretisch ontstaat 47 gram alcohol uit 100 gram suiker. In de praktijk is deze omzetting ook flink afhankelijk van de temperatuur, van het gebruikte gistras en van sulfiet in de most. Meten met cijfers achter de komma is dus onzinnig. Meten in grammen eigenlijk ook nog. Als je meet met een nauwkeurigheid van 10 gram suiker per liter, werk je al secuur genoeg.

Suiker meten en schatten hoeveel alcohol kan ontstaan: Niet aan beginnen dus? We zullen wel moeten als we willen weten waar we ongeveer uitkomen bij het wijnmaken. Er zijn handige densimetertabellen, maar ze geven vaak verschillende waarden. Het maakt nogal wat uit of je de soortelijke massa van suikerwater bepaalt, of van druiven (die zuurder zijn) of van bessen (die nog veel zuurder zijn). En of er andere micro-organismen dan gist zijn, die van de suiker meesnoepen. Hieronder staat een NIEUWE TABEL met waarden voor de omzetting van Oechsle, Brix, suikergehalte en te verwachten alcoholgehalte.


Toestand in West-Vlaanderen

Sept'16
leievlakte in West- vlaanderen 1, Acolon 71 regent en siegerebe, 65 pinot noir precosse 62 Bianca 57 gewüstraminer 48 en chardonnay 43. in een normale nazomer verhoogde de oeschle waarde van 5 a 6 per week. alles ziet er normaal uit tot nu toe.


DECA SEPT'16

Afdrukvriendelijke versie
Log in om te reageren!
Nog geen reacties op dit bericht...

Wijnton.be beschikt over een team van deskundige personen om een degustatie bij u thuis, op een feest, in een club,... te begeleiden. Voor meer info neem contact op via ons contact-formulier.





Bekijk het volledig archief





Copyright 2009 Wijnton.Be - Door J. Santy voor C. Devriese